Veel succesvolle wegrenners zijn toch wat huiverig om zich te mengen in het zesdaagsegeweld. Ze hebben daarbij vooral de angst dat ze het hoge niveau van de ervaren pistiers niet kunnen bijbenen. Oud-Nederlands kampioen Niki Terpstra denkt daar anders over. Hij won al de Zesdaagse van Amsterdam en hij komt ook naar de Maasstad voor maar één ding: de eindzege. “Ik haat verliezen.”
Het is niet dat hij speciaal voor de Rabobank Zesdaagse van Rotterdam naar Calpe is getrokken, maar de trainingsstage met zijn team Omega Pharma-Quick Step kwam hem wel goed uit. In de Spaanse heuvels legde Terpstra namelijk niet alleen de basis voor een goed wegseizoen, maar ook het fundament voor een eventuele tweede zesdaagse overwinning. “De vorm is er zeker al”, zegt de renner uit Krommenie bij thuiskomst van het schiereiland. “We hebben met de ploeg lekker veel kilometers gemaakt en nu ga ik de piste op om de snelheid weer in de benen te krijgen. Ik wil de zesdaagse in Rotterdam ook winnen. Zeker na het succes van Amsterdam. Waar die gedrevenheid vandaan komt? Ik wil altijd de beste zijn. Ik haat verliezen, ook op de baan. Ik vind mezelf een goede wielrenner en dan moet je op meerdere disciplines meekunnen. Kan het echt niet hebben als andere renners mij eraf rijden.”
Pechseizoen
Terpstra (27) is een echte winnaar. Het deed hem dan ook pijn dat hij in het afgelopen seizoen, na zijn mooie titel bij de beroepsrenners in 2010, helemaal geen zeges op de weg pakte. Hij reed een prima voorjaar, tot een val in de tijdrit van de driedaagse De Panne-Koksijde hem een gebroken sleutelbeen opleverde. Hij miste hierdoor zijn favoriete klassiekers en moest zijn pijlen richten op de Tour de France. Daar kon hij ook geen potten breken. De meeste vlakke ritten eindigden namelijk in een massasprint, wat Terpstra tot de uitspraak verleidde dat hij ‘de tour niet meer ging rijden’. “Daar sta ik nog steeds achter”, zegt hij stellig. “Volgend seizoen ga ik naar de Vuelta, dus komt de Tour sowieso minder uit. Daarnaast zijn er in die periode veel meer interessante wedstrijden, zoals de Ronde van Polen, Wallonië en Oostenrijk.”
Iljo Keisse
Het deed de Noord-Hollander goed dat hij tijdens de Zesdaagse van Amsterdam de kans kreeg om revanche te nemen voor de magere resultaten tijdens het wegseizoen. Terpstra kwam tot de tanden toe gewapend naar het Velodrome en dat heeft de concurrentie geweten. Hij was iedere avond als een van de eersten op de baan en reed zich warm op de rollerbank alsof het de proloog van de Tour de France betrof. “Als je iets doet, moet je het goed doen”, legt hij kalm uit. “Ik wilde gewoon heel graag eens een zesdaagse winnen. Met Iljo Keisse had ik een maat waarmee het kon en daarom ben ik er helemaal voor gegaan. Ik was echt super blij met die overwinning. Niet dat het een heel jaar goedmaakt, maar het was zeker een morele opsteker en een mooie opmaak naar de volgende zesdaagse.”
Winnen in Ahoy
Die volgende zesdaagse is in Rotterdam, waar hij wederom aan de zijde van de Vlaamse topper voor de overwinning gaat knokken. “Na onze overwinning in Amsterdam komt er toch een soort verwachtingspatroon. Dat vind ik niet erg. We zijn het ook aan onze stand verplicht om er in Ahoy weer te staan. Het is een mooi en sterk deelnemersveld en ik verwacht vooral veel tegenstand van Stroetinga en Schep, die het ons in Amsterdam ook al lastig maakten.” Na de Rabobank Zesdaagse van Rotterdam gaat Terpstra zich weer richten op het wegseizoen. Van een noodscenario als in 2011 gaat hij niet uit. “Ik wil goed zijn in de voorjaarsklassiekers, want die liggen mij gewoon goed. Verder is het WK op de weg in eigen land een groot doel. Dat wordt voor Nederland sowieso een belangrijk evenement. Dat kon je al zien aan de selectie van de bondscoach afgelopen jaar. Ik verwacht dat de meeste renners van het WK in Kopenhagen ook aan de start zullen verschijnen in Valkenburg. Het groepsproces naar succes is eigenlijk in september al begonnen.”
Bron: ZesdaagseRotterdam.nl


