Stralend als een kind bekeek Niki Terpstra zijn gloednieuwe rood- wit-blauwe kampioenstrui. “Ik zit nu bij Milram twee jaar in de ploeg bij Servais Knaven. Iedere keer zag ik hem dat shirt met die rood-wit- blauwe mouwtjes aantrekken. Zo mooi. Zo prachtig. En nu mag ik zelf in die kleuren rijden”, omschreef de 26-jarige Noord-Hollander op een gelukzalige toon de beloning die hoort bij het veroveren van de nationale wielertitel.
De manier waarop hij het flikte in het snikhete Zuid-Limburg maakte dat gevoel alleen maar mooier. Hij versloeg in de finale in zijn eentje de Rabobankploeg, het team waarvoor hij tot dusverre een tikkeltje recalcitrant nooit heeft willen rijden. “Het is iets om trots op te zijn”, beantwoordde hij de vraag hoe lekker het is om het oppermachtig ogende Rabobank te kloppen. Omdat je nooit weet of je de oranjebrigade in de toekomst ooit nog nodig hebt, deed Terpstra zijn best om geen al te lange neus te trekken, maar dat hij zichtbaar plezier had in zijn ‘David en Goliath’- triomf was wel duidelijk. “Ze willen pokeren en dan worden ze weer zenuwachtig”, omschreef hij het koersverloop. Toen Pieter Weening vertelde dat ze bij Rabo in de laatste vijf kilometer onmogelijk het overzicht op de koersontwikkelingen konden volgen, kon Terpstra het even later niet nalaten om te zeggen dat Rabobank het toch juist voor elkaar had gereden dat de ploeg (tegen de regels in) wel met radiocommunicatie had mogen rijden.
Lees verder