Stralend als een kind bekeek Niki Terpstra zijn gloednieuwe rood- wit-blauwe kampioenstrui. “Ik zit nu bij Milram twee jaar in de ploeg bij Servais Knaven. Iedere keer zag ik hem dat shirt met die rood-wit- blauwe mouwtjes aantrekken. Zo mooi. Zo prachtig. En nu mag ik zelf in die kleuren rijden”, omschreef de 26-jarige Noord-Hollander op een gelukzalige toon de beloning die hoort bij het veroveren van de nationale wielertitel.
De manier waarop hij het flikte in het snikhete Zuid-Limburg maakte dat gevoel alleen maar mooier. Hij versloeg in de finale in zijn eentje de Rabobankploeg, het team waarvoor hij tot dusverre een tikkeltje recalcitrant nooit heeft willen rijden. “Het is iets om trots op te zijn”, beantwoordde hij de vraag hoe lekker het is om het oppermachtig ogende Rabobank te kloppen. Omdat je nooit weet of je de oranjebrigade in de toekomst ooit nog nodig hebt, deed Terpstra zijn best om geen al te lange neus te trekken, maar dat hij zichtbaar plezier had in zijn ‘David en Goliath’- triomf was wel duidelijk. “Ze willen pokeren en dan worden ze weer zenuwachtig”, omschreef hij het koersverloop. Toen Pieter Weening vertelde dat ze bij Rabo in de laatste vijf kilometer onmogelijk het overzicht op de koersontwikkelingen konden volgen, kon Terpstra het even later niet nalaten om te zeggen dat Rabobank het toch juist voor elkaar had gereden dat de ploeg (tegen de regels in) wel met radiocommunicatie had mogen rijden.
Niki Terpstra is een renner die zijn kracht kan halen uit dit soort sentimenten. Hij gaat er prat op dat hij de Pro Tour heeft gehaald buiten het Rabobank-wielerplan om. Enkele jaren geleden liet hij weten dat niet iedere Nederlandse renner er van droomt om ooit bij Rabobank te rijden. Via de opleidingsploeg van Jelle Nijdam, Piels en Ubbink kwam hij begin 2007 bij het Duitse Milram terecht. Terp- stra ontpopte zich er tot een aanvaller, die vorig jaar scoorde in de Dauphiné met een ritzege. De Tour draaide uit op een teleurstelling. “In de aanloop reed ik drie etappekoersen. Dat was niet alleen hard werken, het bracht ook veel stress mee omdat ik in de Dauphiné en Ster Elekrotoer de leiderstrui moest verdedigen. In de Tour was ik al versleten.”
De manier waarop hij gisteren de nationale titel pakte, toont volgens hem aan dat hij straks in Rotterdam een stuk frisser aan de Tour begint. “Ik stond er van te kijken hoe makkelijk ik die sprint won”, analyseerde hij de bizarre finale. Anderhalve ronde voor het einde reageerde hij op een uitval van Weening. “Niet direct de meest ideale man om mee voorop te komen”, zei Terpstra. “Ik was er niet zeker van of ik hem kon kloppen in de eindsprint.” In de slotkilometer zag Terpstra nog eens twee Rabo’s naderen: titelverdediger Koos Moerenhout en Lars Boom. Terpstra leek een vogeltje voor de kat toen Boom als eerste aan leek te sluiten op de slotklim naar de Adsteeg. Niet dus. Terpstra zette zijn eindsprint in en geen van de oranje belagers kon hem volgen. “Dat is toch gewoon prachtig”, straalde hij nog altijd.
Uit: BNDeStem


