Niki Terpstra en Marc de Maar gemotiveerd door kans bij QuickStep
Eigenzinnige vrijbuiters
WILLEMSTAD – Een sms’je van QuickStep-manager Patrick Lefevere was het eerste dat oplichtte in de mobiele telefoon van Niki Terpstra, nadat zijn fantastische WK wielrennen op de weg in het Australische Geelong erop zat. ’Knap gereden’ las de Nederlands kampioen. Het zijn van die kleine dingen, zegt de renner, maar het bevestigde voor Terpstra wel dat hij voor de juiste ploeg had gekozen. Eenzelfde gevoel overviel Marc de Maar toen hij de kans kreeg aangeboden voor de Belgische formatie te tekenen. „Ik ben sfeergevoelig. Uit zo’n sms naar Niki blijkt dat de leiding betrokken is. Deze ploeg past bij mij.”
De brandende zon heeft op Curaçao de regenval na orkaan Tomas weer verdreven. De Maar is gewend aan de wisselende weersomstandigheden. De 26-jarige coureur is sinds dit jaar inwoner van het partyeiland en bovendien Antilliaans kampioen. Terpstra zal zaterdag voor het eerst starten in de Amstel Curaçao Race. „Je hoort in het peloton goede verhalen over deze wedstrijd. Het is een eer om er bij te zijn. Er rijden hier alleen coureurs die dit jaar gepresteerd hebben.”
Terpstra zette in juni van dit jaar Rabobank te kijk door de Nederlandse titel op de weg voor de neus van het sterke Oranjeblok weg te grissen. Met een prachtig slotakkoord in de finale van het WK Down Under bevestigde hij zijn status van topcoureur. Op 150 meter van de streep strandde zijn aanvalspoging. „Ik heb het wel drie keer teruggekeken. Ja, ik zat er echt dichtbij. Die goede prestatie neem ik mee naar het volgende seizoen. Daarom ga ik met veel vertrouwen deze winter in.”
De Maar werd in de Verenigde Staten bij het bescheiden United Healthcare weer de wielrenner van weleer door een hoofdrol in de Ronde van Californië voor zich op te eisen, waarmee hij zijn contract voor QuickStep verdiende. „Het voelt alsof ik nu pas echt bij de profs ga debuteren.”
Bij de junioren gold De Maar als een supertalent, waar hij overigens vaak duels uitvocht met Terpstra. „Volgens mij ben ik de enige renner van Rabobank waar Niki nog nooit ruzie mee heeft gehad”, zegt hij. Terpstra bevestigt het lachend. „Dat zou wel eens kunnen kloppen.”
Het is geen toeval dat het eigenzinnige duo juist in de Belgische formatie verenigd is. Beiden passen niet in het strakke keurslijf van de Rabobank, maar gedijen beter bij de persoonlijke aanpak en de vrijbuitersmentaliteit die QuickStep kenmerken. Terpstra: „Dat is één van de redenen dat ik voor deze ploeg heb gekozen. Al gaf de doorslag dat Lefevere altijd een sterke ploeg voor de kasseienklassiekers heeft. Hoe vaak heeft Lefevere niet Vlaanderen en Roubaix gewonnen? De ploeg leeft maandenlang naar die wedstrijden toe. Die beleving wil ik ook voor de Ronde van Vlaanderen voelen. Hopelijk kan ik profiteren van Tom Boonen, zoals Stijn Devolder dat ook heeft gedaan. Tom is de nummer één en ik rijd me graag negen keer helemaal kapot voor hem. Misschien is het de tiende keer voor mij raak.”
Zo denkt De Maar er ook over. Vorig jaar stond hij nog op het punt om te stoppen als wielrenner. „Ik was er klaar mee. Misschien was mijn beleving de eerste jaren niet goed, maar met sommige ploegleiders bij Rabobank kon ik niet meer door één deur. Ik paste niet in dat regime. Al verloor ik ook veel tijd door hardnekkige blessures. In Amerika was ik in de ploeg ineens de man waar iedereen met zijn vragen bij terechtkwam. Daardoor voelde ik extra verantwoordelijkheid. Bij QuickStep is het vertrouwen in mij uitgesproken. Na al die jaren besef ik wat zo’n kans waard is.”
Bron: Telegraaf


